Stijl

Een schrijver herken je aan zijn of haar stijl. Je ontwikkelt dus een eigen schrijfstijl. Toch zijn er een aantal kenmerken waaraan een goede stijl beantwoordt. Taalwinkel ! geeft je een uitgebreid en duidelijk overzicht van deze kenmerken. Achteraf kan je je kennis toetsen !.

Trefwoorden     top    

Trefwoorden

Trefwoorden     top    

Korte of lange zinnen?

"Vijftien jaar had de badkamer met de caravanafmetingen probleemloos dienstgedaan, de sporadisch gekneusde knie niet te na gesproken van wie zich, zijn toilet makend of zich scherend voor het lavabootje, te bruusk omdraaide en aan den lijve moest ervaren hoe gering de speling was gebleven tussen rand en wand."

Hiermee won schrijver Tom Lanoye de Tzum-prijs voor de Mooiste Zin van 2009.

Heb jij zo geen vlotte pen, neem dan volgende tips even door.

  • Gebruik gemiddeld niet meer dan 10 tot 12 woorden per zin.
  • Splits een lange zin in kortere zinnen.
  • Een opeenstapeling van korte zinnen maakt je tekst echter ééntonig.
  • Wissel je korte zinnen af en toe af met een wat langere zin.
  • Lees die lange zinnen extra goed na.
  • Vraag je af of het voor een buitenstaander nog duidelijk is.
  • Een zin wordt onoverzichtelijk als je er te veel mededelingen in stopt.
  • Bij een langere zin is het risico op taalfouten of een ontspoorde zin groter.
  • Plaats wat bij elkaar hoort, zoveel mogelijk bij elkaar, zo vermijd je een tangconstructie.

Dit wordt verder uitgediept in het thema "Werksuk".

Trefwoorden     top    

stijlfiguren en -fouten

In onderstaande tabel vind je enkele veel voorkomende stijlfiguren ! en -fouten !.

Stijlfiguren Stijlfouten
Alliteratie of beginrijm: bv. Kasteelrijk Kapellen
Congruentiefout:
bv. Een aantal mensen zien ziet deze fout.
Anticlimax : bv. Geen dag, geen uur geen minuut – nee, zelfs geen seconde kon hij meer wachten.
Herhaling of repetitio : bv. Niemand die u kent, niemand die u gelooft, niemand die u vertrouwt.

Paradox of beginrijm: bv. Schrijven is de kunst van het schrappen

Tautologie: bv. In vuur en vlam staan.

Tautologie: bv. Hij is rijk, maar hij heeft echter weinig vrienden.

Woordspeling bv. op een vakbondsbeker staat: Wij willen het over de inhoud hebben
Trefwoorden     top    

Werkwoorden in dezelfde tijd.

  Plaats je werkwoorden in de juiste tijd. Voor iets wat nu gebeurt, gebruik je de tegenwoordige tijd, voorbeeld "ik ben". Voor het verleden dient de verleden tijd, voorbeeld "ik was". Voor wat nog moet komen is er de toekomende tijd, voorbeeld "ik zal zijn".

  Hou je in de tekst aan dezelfde tijd. Verander de tijd alleen wanneer dit nodig is, bijvoorbeeld omdat je iets uit het verleden gaat vertellen.

Voorbeeld:
Omdat ze geen vuilnisbakken hadden, gooiden ze hun afval op straat.

Dit wordt verder uitgediept in het thema "Werksuk".

Trefwoorden     top    

Woordherhalingen vermijden.

Woordherhalingen maken een tekst eentonig. Laat zien dat je beschikt over een rijke woordenschat.

  Door synoniemen te gebruiken kan je woordherhalingen vermijden. Het programma Word kan je helpen bij het vinden van synoniemen of je kan gebruik maken van deze site.

Voorbeeld:
Ik volg (i.p.v. doe) de opleiding elektriciteit.
Ik loop (i.p.v. doe) stage.
Ik maak (i.p.v. doe) een uitstap.


  De herhaling van een zelfstandig naamwoord kan je ook voorkomen door het aanwenden van het persoonlijk voornaamwoord.

Voorbeeld:
Vaak maakten de kinderen een foute inschatting waardoor zij dikwijls tussen de machines kwamen te zitten.

  In een opsomming gebruik je het zelfstandig naamwoord slechts één keer.

Voorbeeld:
Het land werd opgesplitst in een Turks en een Grieks gedeelte.

Dit wordt verder uitgediept in het thema "Werksuk".

Trefwoorden     top